Het verhaal - Gevaarlijk werk bij de KNRM

Werken als vrijwilliger bij de KNRM is soms zeker gevaarlijk werk, zo blijkt uit onderstaand waargebeurd verhaal. Lees het op je gemak eens door.

In de nacht van 31 oktober op 1 november 2006 wakkert de wind boven de Waddeneilanden aan tot orkaankracht. Op de Noordzee en op de Waddenzee zoeken de schepen zo snel mogelijk een veilige haven. Op de Waddenzee is die dag een zeilwedstrijd aan de gang tussen bruine vlootvaartuigen. Enkele klippers en tjalken komen in de problemen waardoor de reddingboten van Schiermonnikoog en Lauwersoog in actie moeten komen.

Op de Noordzee heeft de m.s. Cementina het moeilijk. Om 02.45 uur op 1 november wordt de Cementina door een inkomende zee platgegooid. Het schip raakt beschadigd en de stuurmachine functioneert niet meer. Door de problemen met de platbodems op de Waddenzee zijn alle reddingboten in bedrijf. De bemanning van de Anna Margaretha wordt opgeroepen om stand-by te staan voor de Cementina. De schipper en 5 opstappers gaan aan boord, twee blijven uiteindelijk in de Ballumerbocht om een losgeslagen scheepje vast te leggen.

De boot vaart uit en dat het een zware tocht wordt, hebben ze dan al begrepen. Ze kijken extra goed na of alles in het stuurhuis vastgesjord zit. De Anna Margaretha vaart tussen Schiermonnikoog en Ameland door naar buiten. Het Westgat heeft een hoge zee, maar daar gaat de Anna Margaretha zonder problemen doorheen.

 

Intussen is de Maggie M. bij de Cementina gearriveerd, maar de kapitein wijst alle hulp af. Om 07.07 uur arriveert de Anna Margaretha bij de Maggie M. en Cementina. De reddingboot wil een sleepverbinding tussen de beide schepen leggen. De Anna Margaretha probeert de tros van de Maggie M. over te brengen naar de Cementina, maar de tros is te zwaar en de hieuwlijn breekt. Om 08.00 uur is het nog niet gelukt en de kapitein van de Maggie M. vindt de situatie voor zijn schip en bemanning te gevaarlijk worden. Hij wil geen tweede poging ondernemen. De schipper van de reddingboot overweegt de mogelijkheden en probeert nog één schot te wagen en de Cementina met de kop op zee te trekken. De golven zijn 10 tot 12 meter hoog.

De Maggie M. heeft zich inmiddels enkele honderden meters van de Cementina verwijderd en krijgt drie extreem hoge, steile en brekende golven voor de kiezen. Die golven zijn dan volgens schatting 15 meter hoog. De Anne Margaretha ligt op dat moment langszij de Cementina, klaar om de tros te gooien. Dan zien ze de bemanning van de Cementina het stuurhuis in verdwijnen. Het is onduidelijk waarom. De Schipper van de Anna Margaretha blaast de scheepshoorn om zijn bemanning binnen te roepen voor overleg. De stuurhuisdeur blijft openstaan. Op dat moment ziet de schipper een enorme grondzee onder de Cementina vandaan schieten. Hij schreeuwt nog een waarschuwing naar de bemanning dat ze zich vast moeten houden. De grondzee werpt het hele schip ondersteboven.

De schipper zit in de veiligheidsgordels, maar een van de opstappers zit los. Hij houdt zich aan zijn stoel vast. Twee andere opstappers staan los. Zij vliegen door het stuurhuis. Ze draaien als was in een wasmachine. De motoren slaan af en in het stuurhuis staat water. De instrumenten zijn kapot. De schipper kijkt eerst of de bemanning nog compleet is en start dan de motoren weer. Een vervelend alarmgeluid klinkt door de stuurhut, maar door een storing kan het niet worden uitgezet.

Na het starten van de motoren volgt een tweede grondzee en De schipper schreeuwt voor de tweede keer een waarschuwing. Dan ziet een van de opstappers nog net kans de deur te sluiten voor de boot nogmaals een rol maakt. Voor de tweede keer wordt de bemanning door het stuurhuis geslingerd.

Als de boot rechtop ligt lijkt het rustig. Ze openen de deur om water te lozen en de Boer maakt zijn veiligheidsriem los om beter bij de apparatuur te kunnen. Hij probeert de motoren weer te starten, maar het is te laat om de derde grondzee te ontwijken.

Een van de opstappers die de deur nog vast heeft om hem te sluiten wordt naar buiten geslingerd. Een ander kan hem nog net naar binnen trekken. Ze rollen nogmaals door het stuurhuis. Voor de derde keer start de schipper de motoren en op alleen de stuurboordmotor lukt het om de kop op zee te krijgen en de brekers de baas te blijven. Een deel van de bemanning van de Cementina ziet het gebeuren. De Maggie M. heeft slecht zicht op de Anna Margaretha en ziet door de hoge golven de reddingboot na de tweede keer kapseizen niet meer.

 

Op het kustwachtcentrum in Den Helder wacht men in spanning op informatie over de sleepverbinding. Om 08.47 uur ziet het Kustwachtcentrum geen AIS-positie meer op het plotscherm. Over het lot van de reddingboot en bemanning wordt gevreesd en er wordt alarm geslagen. Er volgt helikopter- en reddingbootsteun uit Duitsland en de reddingshelikopter van marinevliegkamp De Kooij in Den Helder krijgt alarm. De Maggie M. wil eerst de sleepdraad binnenhalen en gaat dan ook verder naar de Anna Margaretha zoeken.

Intussen is de bemanning van Anna Margaretha enigszins van de schrik bekomen en om het irritante alarmgeluid uit te krijgen, knippen ze de bedrading van de speakers door. De sleeptros ligt intussen op het stuurhuis gekronkeld. De marifoonantennes, AIS antenne en de zoeklichten zijn kapot.

De Anna Margaretha koerst naar open zee, tussen de Cementina en de inmiddels gearriveerde sleepboot door. Geen van de schepen ziet de reddingboot passeren. Eenmaal buiten de branding zet De Boer de koers uit op basis van de zonnestand en de windrichting, want ook het elektrisch kompas werkt niet meer. Het is inmiddels 09.30 uur en thuis en in Den Helder weet niemand nog wat er gebeurd is. De thuisreis is niet makkelijk, het zicht is slecht en de opstappers moeten de schipper waarschuwen voor naderende brekers. Er wordt voorzichtig gevaren om de motor niet te veel te belasten. Na een uur varen passeren ze een schip dat ze op de heenweg ook hadden gezien. Het ligt nog op dezelfde plek voor anker en ze weten dat ze de goede koers te pakken hebben.

De weg naar Schiermonnikoog is na het passeren van enkele identificeerbare boeien snel gevonden. De boot wordt nog enkele keren platgegooid, maar er volgt geen kapseizing meer.

Het thuisfront, het kustwachtcentrum en de KNRM in IJmuiden zijn erg ongerust. Er zijn nieuwsberichten op de radio en de berichten worden gevoed door steeds nieuwe geruchten. Het hoofdkantoor van de KNRM in IJmuiden vormt een crisisteam. Om 10.19 uur krijgt de Brandaris op Terschelling eindelijk een verlossend telefoontje van een van de bemanningsleden: zijn mobiele telefoon in zijn binnenzak is droog gebleven en functioneert. Op dat moment hangt net de J-SAR reddingshelikopter boven de reddingboot. De Anna Margaretha heeft zich gemeld en ze zijn tegelijkertijd gevonden. De gewonden worden aan boord van de helikopter getakeld. De overige mannen varen op eigen kracht door naar Lauwersoog waar ze om 11.40 uur binnenlopen.